Archief 07/2025

Soortenbescherming en fourageergebieden

04/07/2025

 

 

Zeker niet nieuw, maar handig om weer even te signaleren hoe het zit met de bescherming van fourageergebieden bij soortenbescherming.

De Afdeling overweegt in deze bestemmingsplanprocedure, met verwijzing naar de uitspraak van 7 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1457, onder 6.2-6.4) dat foerageergebieden in beginsel niet zijn beschermd via het soortenbeschermingsregime van de Wnb, waaronder het in artikel 3.10, eerste lid, onder b, van de Wnb neergelegde verbod. Er gelden twee uitzonderingen. De eerste uitzondering betreft gevallen waarbij een foerageergebied samenvalt met een vaste voortplantings- of rustplaats. De tweede uitzondering betreft gevallen waarbij essentiële foerageergebieden die niet samenvallen met een vaste voortplantings- of rustplaats, zodanig worden aangetast dat daardoor de functionaliteit van de vaste voortplantings- of rustplaatsen van de betrokken diersoort wordt aangetast. Onder een essentieel foerageergebied wordt daarbij verstaan: een foerageergebied dat van wezenlijk belang is voor het functioneren van de voortplantings- of rustplaats wanneer er geen alternatieve foerageergebieden zijn om eventuele aantasting daarvan op te vangen. Van een uitzondering is in deze zaak geen sprake. AbRvS 3 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3003

> Lees meer

beoordeling verzoek intrekking natuurvergunning Gelderland

04/07/2025

 

In de uitspraak over het verzoek van Stichting ‘Dorp en Landschap Bommelerwaard’ om de natuurvergunning van een geitenhouderij in Hurwenen in te trekken (er zouden méér geiten zijn vergund dan dat de stallen ruimte bieden) komt de Afdeling (uiteindelijk) tot een ander oordeel dan die van heden over de zaak in Noord-Brabant. 

 

> Lees meer

beoordeling verzoek intrekking natuurvergunning Noord Brabant (nooit gebouwde stal)

04/07/2025


De Stichting Brabantse Milieufederatie (BMF) procedeert over het verzoek om een natuurvergunning in te trekken. Het gaat in dit geval om stal 3, die onderdeel uitmaakt van deze vergunning, maar nog niet is gerealiseerd. BMF heeft betoogd dat in het Natura 2000-gebied "Kempenland-West" al sprake is van een overschrijding van de kritische depositiewaarde en er een verslechtering dreigt. Het verzoek is gebaseerd op art. 5.4, tweede lid Hrl.  Het verzoek is door het college van GS afgewezen.  

Het college doet een beroep op rechtsgelijkheid. Volgens het college betreft het intrekken van een natuurvergunning op grond van artikel 5.4 van de Wnb een ambtshalve bevoegdheid en kan dit niet op verzoek van een derde.

Verder betoogt het college dat een individuele intrekking alleen aan de orde komt als één bron verantwoordelijk is voor de overbelasting. (Kamerstukken II 2011/12, 33348, nr. 3, p.107 en 256-257) van artikel 2.4 en artikel 5.4 van de Wnb

 

> Lees meer

referentiesituatie ontlenen aan nooit gebouwde stallen op basis van natuurvergunning

04/07/2025

 

Referentiesituatie ontlenen aan nooit gebouwde stallen op basis van natuurvergunning

Deze zaak is noemenswaardig, mede in verband met de uitspraak die eveneens op deze site staat opgenomen met ECLI:NL:RVS:2025:2969). De Afdeling bevestigd dat dat in de referentiesituatie rekening gehouden mag worden met niet gerealiseerde stallen. Immers, in de 18 december 2024 uitspraken is uiteengezet dat de referentiesituatie die ontleend wordt aan een natuurvergunning onder voorwaarden als mitigerende maatregel in een passende beoordeling mag worden betrokken. Dat mag ook als de passende beoordeling van die natuurvergunning naar huidige inzichten gebrekkig is.

> Lees meer