Zeker niet nieuw, maar handig om weer even te signaleren hoe het zit met de bescherming van fourageergebieden bij soortenbescherming.
De Afdeling overweegt in deze bestemmingsplanprocedure, met verwijzing naar de uitspraak van 7 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1457, onder 6.2-6.4) dat foerageergebieden in beginsel niet zijn beschermd via het soortenbeschermingsregime van de Wnb, waaronder het in artikel 3.10, eerste lid, onder b, van de Wnb neergelegde verbod. Er gelden twee uitzonderingen. De eerste uitzondering betreft gevallen waarbij een foerageergebied samenvalt met een vaste voortplantings- of rustplaats. De tweede uitzondering betreft gevallen waarbij essentiële foerageergebieden die niet samenvallen met een vaste voortplantings- of rustplaats, zodanig worden aangetast dat daardoor de functionaliteit van de vaste voortplantings- of rustplaatsen van de betrokken diersoort wordt aangetast. Onder een essentieel foerageergebied wordt daarbij verstaan: een foerageergebied dat van wezenlijk belang is voor het functioneren van de voortplantings- of rustplaats wanneer er geen alternatieve foerageergebieden zijn om eventuele aantasting daarvan op te vangen. Van een uitzondering is in deze zaak geen sprake. AbRvS 3 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3003